Uitspraak kattenzaak.

by Mr Frank Visser | november 3, 2016 | 0 Comments
Uitspraak kattenzaak.

 

       Mr. Frank Visser doet uitspraak

Datum mondelinge uitspraak: 12 augustus 2016

Plaats uitspraak: Oud-Beijerland

Bindend Advies.

In het geschil tussen:

Jessica Slui

te: Middelharnis

verder te noemen: Jessica Slui,

tegen:

Jacqueline den Broeder

Cattery Droomwereld

te Oud Beijerland

verder te noemen Jacqueline Den Broeder,

gegeven door mr. F.M. Visser.

(Schriftelijke uitwerking ex artikel 14 lid 4 Reglement)

De procedure.

Partijen zijn schriftelijk overeengekomen dit geschil door middel van een bindend advies op basis van het ‘Reglement Bindend Advies Mr. Frank Visser Doet Uitspraak’ editie november 2015 te doen beslechten.

De vordering van Jessica Slui is opgenomen in de bindend adviesovereenkomst. Daarin is ook een tegenvordering van Jacqueline Den Broeder opgenomen.

Mr. Frank Visser heeft kennisgenomen van alle door partijen overgelegde stukken.

Het geschil is behandeld op de hoorzitting van 12 augustus 2016, welke is gehouden te Oud-Beijerland.

Partijen zijn behoorlijk opgeroepen voor de hoorzitting.

Voorafgaande daaraan is de in deze procedure bedoelde kat in het bijzijn van mr. Frank Visser en partijen onderzocht door de hierna te noemen deskundige, waarna mr. Frank Visser zich heeft begeven naar de in deze procedure bedoelde cattery van Den Broeder, die in het bijzijn van partijen is bezichtigd. Daarbij was tevens aanwezig dr. Linn Keessen (dierenarts-onderzoeker) als deskundige. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld op- en aanmerkingen te maken.

Partijen zijn op de hoorzitting verschenen en hebben hun standpunten toegelicht.

De deskundige heeft mondeling verslag uitgebracht.

Hierna is mondeling uitspraak gedaan.

De vordering van Jessica Slui.

Jessica Slui vordert kort gezegd dat Jacqueline den Broeder wordt verplicht tot het vergoeden van de hierna te noemen kosten tot een bedrag groot € 636,27.

De tegenvordering vordering van Jacqueline Den Broeder.

Jacqueline den Broeder vordert kort gezegd dat Jessica Slui stopt met het zwart maken van Jacqueline den Broeder en haar cattery en dat zij al haar negatieve uitlatingen daarover van internet verwijdert.

Het conflict (artikel 14 lid 2 van het reglement).

 

Het conflict dat partijen verdeeld houdt laat zich kort samengevat als volgt omschrijven.

  1. Yucca is een raskat (Maine Coon), gefokt door en geboren in de cattery van Jacqueline Den Broeder. Voordat hij werd verkocht, heeft hij een door de dierenarts voorgeschreven antibioticakuur ondergaan wegens, kort gezegd, een luchtweginfectie. Volgens de dierenarts was het probleem daarmee verholpen en kon de kitten Yucca worden verkocht.
  2. Jessica Slui heeft de kitten Yucca vervolgens van Jacqueline den Broeder gekocht tegen een koopprijs van € 650,–. Daarvan is een schriftelijke koopovereenkomst opgemaakt en ondertekend. Yucca is na betaling van de overeengekomen koopprijs aan Jessica Jessica Slui afgeleverd op 5 december 2015.
  3. Nog diezelfde dag heeft Jessica Slui aan Jacqueline den Broeder laten weten dat Yucca een ontstoken oogje en diarree had en bovendien nieste. Jacqueline den Broeder heeft vervolgens medicijnen gebracht, te weten Optosan voor het oogje en een (nieuwe) antibioticakuur, Doxoral, volgens haar weer voorgeschreven door dezelfde dierenarts. Yucca bleef echter ziek. Op 17 december 2015 liet Jessica Slui aan Jacqueline den Broeder weten dat het een vermoeden was gerezen, dat Yucca leed aan de ziekte Giardia. Hoewel een eerdere test op die ziekte negatief uitviel, bleek de ziekte bij een nieuwe test wel degelijk aanwezig. Yucca is na langdurige medische behandeling thans geheel genezen.
  4. Partijen verschillen van mening over de vraag of en zo ja in welke mate Jacqueline den Broeder aansprakelijk is voor de door Jessica Slui gemaakte kosten van diergeneeskundige hulp en medicijnen. Nadat Jacqueline den Broeder had laten weten daarvoor niet aansprakelijk te zijn, heeft Jessica Slui de publiciteit gezocht via de (sociale) media.

Beoordeling van het geschil.

 

De vordering van Jessica Slui.

Consumentenkoop.

 

Volgens Jessica Slui is de koopovereenkomst aan te merken als een consumentenkoop, zoals bedoeld in artikel 7:5 van het Burgerlijk Wetboek, omdat zij als consument zaken deed met een verkoopster die handelde in de uitoefening van een beroep of bedrijf. Dat laatste is door Jacqueline Den Broeder tegen gesproken, waarbij zij vooral heeft gewezen op de kleinschaligheid van haar cattery (hobby). In het jaar 2015 zijn volgens haar slechts dertien kittens verkocht en in 2016 tot nu toe slechts één. In dat verband wijst zij ook op het verlies van duizenden euro’s dat zij zowel in 2014 als in 2015 heeft geleden.

Daarover wordt als volgt geoordeeld:

Jacqueline Den Broeder heeft een professionele website, waarin zij zich voordoet als professionele, ter zake kundige fokker van raskatten. Zij fokt deze katten al sinds 2008. Op die website worden nieuwe nestjes aangekondigd en staan foto’s van kittens die gekocht kunnen worden. Momenteel verblijven er om en nabij de 15 katten in de cattery. Volgens de eigen opgave van Jacqueline Den Broeder zijn in 2015 maar liefst 13 kittens verkocht, waarmee volgens haar eigen opgave € 8.100 aan inkomsten werd gegenereerd. In dat jaar heeft zij volgens eigen opgave voor € 3.500 aan fokkatten ingekocht/geïmporteerd. Hieruit volgt dat het fokken een serieuze omvang heeft en niet slechts incidenteel wordt gedaan. Verder maakt Jacqueline Den Broeder gebruik van een standaardcontract met algemene voorwaarden, zoals bedoeld in artikel 6:231 aanhef en onder a. van het Burgerlijk Wetboek. Het enkele feit dat Jacqueline Den Broeder niet als ondernemer staat ingeschreven bij de kamer van koophandel kan daaraan niet afdoen. Dat geldt ook in het geval de fokkerij, zoals Jacqueline Den Broeder heeft aangevoerd, momenteel verliesgevend is. Jessica Slui, die wat betreft het fokken van raskatten onbetwist niet deskundig was, mocht er gelet op het voorgaande op vertrouwen, dat zij zaken deed met een professional. Ik ben het daarom met Jessica Slui eens, dat in deze zaak wel degelijk sprake is van een weliswaar kleinschalige, maar niettemin bedrijfsmatige activiteit aan de zijde van Jacqueline Den Broeder, zodat inderdaad sprake is van een consumentenkoop in de zin van de wet.[1] Dat lijkt me overigens ook het geval waar het de toepassing betreft van artikel 3.6 lid 2 van het Besluit houders van dieren. Het enkele feit dat Jacqueline Den Broeder minder dan 20 katten per jaar fokt, betekent immers nog niet dat zij slechts hobbymatig bezig is. Het aantal gefokte dieren is immers slechts één van de beoordelingscriteria.

Non conformiteit.

Volgens het bepaalde in artikel 7:17 van het Burgerlijk Wetboek mocht Jessica Slui verwachten dat Yucca bij aflevering gezond was. Dat volgt overigens ook uit de als garantie aan te merken verklaring van Jacqueline Den Broeder in de koopovereenkomst, dat ‘de kat vrij [is] van ziekten…’ . Welnu, vrijwel direct na aflevering bleek Yucca (weer) ziek. Gelet op de symptomen en het feit dat de dierenarts van Jacqueline Den Broeder dezelfde antibioticakuur als voorheen voorschreef wettigt de conclusie dat de ziekte waaraan Yucca voor de verkoop leed kennelijk niet geheel was genezen en na de aflevering weer de kop heeft opgestoken. Hoe dan ook, het was volgens artikel 7:18 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek aan Jacqueline Den Broeder om te bewijzen, dat Yucca bij aflevering wel volledig gezond was. Gelet op het voorgaande heeft zij dat bewijs niet kunnen leveren. De enkele omstandigheid dat haar dierenarts Yucca gezond heeft beoordeeld, is daarvoor in elk geval onvoldoende. Samenvattend moet worden vastgesteld, dat Yucca bij aflevering niet voldeed aan de in redelijkheid te stellen eisen, zodat juridisch gezien een ondeugdelijke kat is geleverd. Dat de verzwakte Yucca daarna ook nog de Giardia parasiet opdeed was een redelijkerwijs te verwachten complicatie.

Rechtsgevolgen van non conformiteit.

 

Volgens het bepaalde in artikel 7:21 lid 4 van het Burgerlijk Wetboek kan de koper van een ondeugdelijke zaak in beginsel herstel vorderen. Deze bepaling moet volgens artikel 3:2a lid 2 van het Burgerlijk Wetboek zoveel mogelijk ook worden toegepast op dieren.

Het is juist, dat in de algemene voorwaarden, vermeld in het koopcontract, in dit geval is voorzien in veel minder vergoeding, of zelfs niets. Maar volgens artikel 7:6 van het Burgerlijk Wetboek is dat ongeldig, omdat bij een consumentenkoop nu eenmaal niet mag worden afgeweken van (onder meer) het hiervoor aangehaalde artikel 7:21 lid 4 van het Burgerlijk Wetboek.

Welnu, naar mijn oordeel is een diergeneeskundige behandeling, zoals door Yucca ondergaan, gelijk te stellen met herstel.[2] Het is dan ook begrijpelijk en juist, dat de behandeling heeft plaatsgevonden. De kosten daarvan komen voor rekening van Jacqueline Den Broeder, uiteraard onder aftrek van de door Jessica Slui reeds ontvangen vergoedingen (van Jacqueline Den Broeder en van de verzekering).

Daaraan kan niet afdoen, dat deze kosten hoger waren dan de koopprijs. Nog daargelaten, dat er geen sprake is van een wanverhouding tussen koopprijs en geneeskundige kosten, brengt de intrinsieke waarde, die een dier naar Nederlands recht heeft, met zich mee dat niet te gemakkelijk mag worden gekozen voor euthanaseren in plaats van behandelen. Aangenomen mag worden dat de dierenarts dat desgevraagd ook zou hebben geweigerd.

Het argument, dat Jessica Slui te laat zou hebben geklaagd, gaat niet op. Direct na aflevering heeft Jessica Slui geklaagd over een zieke kat. Op 17 december 2015 heeft zij Jacqueline Den Broeder laten weten, dat Yucca verdacht werd van Giardia. En op 25 maart 2016 heeft zij Jacqueline Den Broeder de toen pas bekend geworden uitslag meegedeeld van de Giardia-test. Dat de verzwakte Yucca daarna ook nog de Giardia parasiet opdeed was een redelijkerwijs te verwachten complicatie.

Samenvatting en conclusie.

Op grond van het voorgaande ben ik van oordeel, dat Jacqueline Den Broeder aansprakelijk is voor de door Jessica Slui gemaakte diergeneeskundige kosten, onder aftrek van reeds ontvangen vergoedingen = € 557,07. Die kosten zijn voldoende gespecificeerd en onderbouwd. Voor zover Jacqueline Den Broeder het daarmee niet eens is heeft zij dat verweer onvoldoende gemotiveerd, zodat daarmee geen rekening kan worden gehouden. De kosten gemaakt voor een andere bij Jessica Slui verblijvende kat vallen niet onder de hiervoor genoemde kosten van herstel en kunnen evenmin als schadevergoeding worden toegewezen, al was het maar omdat het daarvoor vereiste oorzakelijk verband tussen de levering van een zieke kitten en de behandeling van die andere kat niet is komen vast te staan.

De tegenvordering van Den Broeder.

Uitlatingen van Jessica Slui in de media.

Uit het voorgaande volgt, dat de klachten van Jessica Slui niet ongegrond waren. De wijze waarop Jessica Slui zich in de (sociale) media over Den Broeder en haar cattery heeft uitgelaten, acht ik niet onrechtmatig. Een fokster, die haar klant niet geeft waarop zij recht heeft, kan en mag heden ten dage verwachten, dat die klant de publiciteit zoekt om druk uit te oefenen. De wijze waarop dit is gebeurd oordeel ik niet buitensporig. Ik zie dan ook niet in, waarom Jessica Slui deze uitlatingen zou moeten verwijderen. Wat anders is, dat zij daarmee nu moet ophouden. Zij heeft haar gelijk gekregen, verdere kritiek is natrappen en dient in elk geval geen redelijk doel.

B E S L I S S I N G

Voor wat betreft de vordering van Jessica Slui.

Jacqueline Den Broeder wordt verplicht om binnen veertien dagen na vandaag een bedrag groot € 557,07 aan Jessica Slui te betalen. Als Jacqueline Den Broeder niet op tijd betaalt, moet zij bovendien de wettelijke rente over dit bedrag aan Jessica Slui betalen, te rekenen vanaf vandaag.

 

 

Voor wat betreft de tegenvordering van Den Broeder.

 

Jessica Slui wordt met onmiddellijke verboden om zich in de (sociale) media negatief uit te laten over Jacqueline Den Broeder en/of Cattery Droomwereld. Doet zij dit toch, dan moet zij daarvoor € 100,- per keer boete betalen aan Jacqueline Den Broeder met een maximum van € 5.000,-

 

 

Voor wat betreft de vordering en de tegenvordering.

Het over en weer mogelijk meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

 

Dit bindend advies is gegeven door mr. F.M. Visser als bindend adviseur en mondeling uitgesproken te Oud Beijerland op 12 augustus 2016.

Deze schriftelijke uitwerking van het bindend advies is ondertekend door mr. Frank Visser als bindend adviseur en mr. S.T. Terstegge als secretaris op 15 augustus 2016.

Mr. S.T. Terstegge                                                                            Mr. F.M. Visser

[1] Vgl: Gerechtshof den Bosch 26 augustus 2014; ECLI:NL:GHSHE:2014:2976

[2] Vgl. Rechtbank Limburg 7 augustus 2013; ECLI:RBLIM:2013:4796

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *