VOLLEDIGE UITSPRAAK LIEREN

Share Button

Datum mondelinge uitspraak: 11 september 2018 (Onder voorbehoud van mogelijke vergissingen en verschrijvingen)

Plaats uitspraak: Ugchelen

Bindend Advies.

In het geschil tussen:

Jan en Gerrie

te: Lieren

verder te noemen: Jan en Gerrie

tegen:

Simon en Jannie

te: Lieren

verder te noemen Simon en Jannie

gegeven door mr. F.M.Visser.

(Schriftelijke uitwerking ex artikel 14 lid 4 Reglement)

De procedure.

Partijen zijn schriftelijk overeengekomen dit geschil door middel van een bindend advies op basis van het ‘Reglement Bindend Advies Mr. Frank Visser doet uitspraak’ editie juni 2018 te doen beslechten.

De vordering van Jan en Gerrie is opgenomen in de bindend advies overeen­komst. Daarin is ook een tegenvordering van Simon en Jannie opgenomen.

Mr. Frank Visser heeft kennis genomen van alle door par­tij­en overgelegde stukken.

Het geschil is behandeld op de hoorzitting van 11 september 2018, welke is gehouden te Ugchelen.

Partijen zijn behoorlijk opgeroepen voor de hoorzitting.

Voorafgaande daaraan heeft mr. Frank Visser zich begeven naar de in deze procedure bedoelde percelen en heeft hij deze in het bijzijn van partijen bezich­tigd. De relevante kadastrale erfgrens is gereconstrueerd door het kadaster (landmeter Chris Hargreaves).

Partijen zijn in de gelegenheid gesteld op- en aanmerkingen te maken.

Partijen zijn op de hoorzitting verschenen en hebben hun standpunten toege­licht.

Hierna is mondeling uitspraak gedaan.

De vordering van Jan en Gerrie.

Jan en Gerrie vordert, kort gezegd, dat Simon en Jannie wordt verplicht om de schutting, voor zover deze op of over de erfgrens staat, te verwijderen, evenals de berging, als deze te dicht op de erfgrens staat en evenals de erker met ramen.

De tegenvordering van Simon en Jannie.

Simon en Jannie vordert, kort gezegd, een verklaring voor recht dat alles mag blijven zoals het is en dat zij gerechtigd is de schutting voor en achter het huis volgens plan af te maken. Daarnaast wil zij verschoond blijven van verdere agressie van de kant van Jan en Gerrie.

Het conflict (artikel 14 lid 2 van het reglement).

Het conflict dat partijen verdeeld houdt laat zich kort samengevat als volgt omschrijven.

Jan en Gerrie is het niet eens met het feit dat en de wijze waarop Simon en Jannie naast haar is komen wonen en is gaan bouwen. Partijen blijken thans concreet verdeeld over de vraag, of de door Simon en Jannie geplaatste schutting op of over de erfgrens staat, evenals de vraag, of de berging te dicht op de erfgrens is gebouwd. Verder wil Jan en Gerrie dat de erker met de ramen van Simon en Jannie wordt verwijderd.

Beoordeling van het geschil.

Vaststaande feiten.

  1. Jan en Gerrie is eigenaar van een perceel grond met woonhuis en verdere opstallen, staande en gelegen te Lieren (gemeente Apeldoorn) aan de X, kadastraal bekend als gemeente Beekbergen, X.
  2. Simon en Jannie is eigenaar van het daarnaast gelegen perceel met woonhuis aan de X te Lieren, kadastraal bekend als gemeente Beekbergen sectie X.
  3. Laatstgenoemd perceel maakte met het daarnaast gelegen perceel nummer X deel uit van het voorheen ongedeelde perceel nummer X. Dat voormalige perceel is gekocht door de schoonzoon en de dochter van Simon en Jannie, waarna daarop een dubbel woonhuis is gebouwd. Na splitsing is een deel van dat woonhuis met het nieuwe perceelnummer X aan Simon en Jannie verkocht en geleverd, waarna de dochter en schoonzoon het andere deel, op het nieuwe perceelnummer 3178 hebben betrokken.
  4. Jan en Gerrie was en is verbolgen over deze gehele gang van zaken, omdat haar dochter naast haar zou komen wonen. Dat is niet gelukt, omdat de verkoper van perceel 603 de voorkeur gaf aan de schoonzoon en dochter van Simon en Jannie.
  5. De gemeente Apeldoorn heeft een omgevingsvergunning verleend voor de hiervoor bedoelde nieuwbouw. Daarbij is afgeweken van de in artikel 3.5 van het toepasselijke bestemmingsplan Stuwwalrand Parkzone Zuid voorziene minimumafstand van 2.50 meter van de erfgrens. Deze omgevingsvergunning is bij gebreke van bezwaar of beroep onherroepelijk geworden. Het woonhuis staat op 2.25 meter van de erfgrens.
  6. Als afscheiding van het erf van Jan en Gerrie heeft Simon en Jannie een schutting gebouwd, die vanaf het maaiveld van haar erf 1.87 meter hoog is. Gemeten vanaf het maaiveld van het erf van Jan en Gerrie meet die schutting echter 2.03 meter hoog.
  7. Buiten de omgevingsvergunning om heeft Simon en Jannie aan de kant van Jan en Gerrie nog een erker en een berging aangebouwd. De berging staat op ongeveer 6 centimeter van de erfgrens en het raam van de erker op ongeveer 1.81 meter.
  8. Indien men in het huis van Simon en Jannie door het raam van de erker kijkt, heeft men volgens de constatering van Jan en Gerrie zelf geen rechtstreeks uitzicht op het erf van Jan en Gerrie. Dit, vanwege de voor dat raam staande schutting. 

Reconstructie van de kadastrale grens.

Het kadaster heeft de kadastrale grens tussen de percelen van partijen gereconstrueerd. Gesteld noch gebleken is, dat deze grens niet overeenkomt met de werkelijke eigendomsverhoudingen, zodat van de juistheid daarvan mag worden uitgegaan.

 Inhoudelijke beoordeling

De schutting.

Zoals blijkt uit de resultaten van de kadastrale grensreconstructie staat de door Simon en Jannie geplaatste schutting geheel op haar eigen grond. Daartoe was zij gerechtigd. Het enkele feit, dat een op het erf van Jan en Gerrie geplaatst kippenhok en tomatenkas daardoor minder licht zouden vangen, kan daaraan niet afdoen.

Anders dan door Jan en Gerrie aangevoerd, is de schutting niet te hoog. Volgens de geldende wettelijke regeling mag een dergelijke schutting, voor zover achter de rooilijn gelegen, vergunningsvrij maximaal 2 meter hoog zijn. Bij een hoogteverschil tussen de twee aangrenzende erven, mag gemeten worden vanaf het maaiveld van het hoogstgelegen erf.

De schutting mag dus blijven staan.

Gelet op het voorgaande bestaat er evenmin bezwaar tegen het voorgenomen plaatsen van verdere schuttingen op de eigen grond van Simon en Jannie, mits deze achter de rooilijn niet hoger worden dan 2 meter en vóór de rooilijn niet hoger dan 1 meter.

Afstand woning, erker en berging tot de erfgrens.

Vooropgesteld moet worden, dat het de eigenaar van een perceel grond civielrechtelijk in beginsel vrij staat op eigen grond te bouwen waar hij wil.

Bestuursrechtelijk kunnen daaraan echter beperkingen worden gesteld, in het bijzonder in het toepasselijke bestemmingsplan. Daarmee moet bij het verlenen van de noodzakelijke omgevingsvergunning (bouwvergunning) rekening worden gehouden. Dat is in dit geval gebeurd.

Vast staat immers, dat er voor het woonhuis van Simon en Jannie door de gemeente Apeldoorn een inmiddels onherroepelijk geworden bouwvergunning is verleend, waarbij vrijstelling is verleend van de in het toepasselijke bestemmingsplan vastgestelde minimumafstand tot de erfgrens. In zoverre Jan en Gerrie van mening is, dat deze vergunning ten onrechte is verleend, omdat geen rekening is gehouden met de door haar bedoelde ‘hindercirkel’ rondom haar bedrijf, ziet zij over het hoofd, dat zij haar kans heeft gehad deze bezwaren vóór het verlenen van de omgevingsvergunning in te dienen. Nu zij dat heeft nagelaten en de vergunning onherroepelijk is geworden, kunnen deze bezwaren, zelfs indien deze terecht waren, geen afbreuk meer doen aan de verleende vergunning. Ook de burgerlijke rechter moet daarom van de rechtmatigheid van die vergunning uitgaan.

Voor wat betreft de erker en de berging gaat het om vergunningsvrije aanbouwen, waarvoor in het bestemmingsplan geen minimumafstand tot de erfgrens is bepaald. Bovendien heeft Jan en Gerrie laten weten, geen enkele last te ondervinden van die erker en berging. Het gaat haar slechts om handhaving van het recht, wat op zichzelf echter geen civielrechtelijk belang bij afbraak oplevert.

Samenvattend is de woning legaal gebouwd en mogen ook de erker en de berging blijven staan.

Het raam in de erker.

Volgens artikel 5.50 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek is het Simon en Jannie in beginsel inderdaad niet toegestaan om binnen twee meter van de erfgrens een raam te hebben, dat direct uitzicht biedt op het erf van Jan en Gerrie. Volgens het tweede lid van laatstgenoemd wetsartikel, geldt dat verbod echter niet, omdat dat uitzicht niet verder reikt dan de door Simon en Jannie geplaatste schutting.

Ook het raam in de erker mag blijven zoals het is.

Agressie.

Ik kan heel goed begrijpen, dat en waarom Jan en Gerrie teleurgesteld is over het feit, dat haar dochter niet naast haar is komen te wonen. De wijze waarop Jan en Gerrie met die teleurstelling omgaat, in relatie tot Simon en Jannie, gaat evenwel alle perken van fatsoen te buiten. Simon en Jannie noch haar dochter en schoonzoon hebben Jan en Gerrie iets misdaan. Dat de verkoper van het oorspronkelijke perceel aan hen de voorkeur gaf boven de dochter van Jan en Gerrie was zijn goed recht, zeker nu Jan en Gerrie, na het uitbrengen van haar eerste en laatste bod, geruime tijd heeft laten verstrijken. Hoe dan ook bestaat er aanleiding om Jan en Gerrie te verbieden door te gaan met het lastigvallen van Simon en Jannie.

B E S L I S S I N G

Voor wat betreft de vordering van Jan en Gerrie.

De vordering wordt in al zijn onderdelen afgewezen.

Voor wat betreft de tegenvordering van Simon en Jannie.

Voor recht wordt verklaard dat Simon en Jannie ten opzichte van Jan en Gerrie niet verplicht is om de op hun perceel aanwezige schutting, berging en erker af te breken of te verplaatsen.

Voor recht wordt verder verklaard, dat Simon en Jannie gerechtigd is de schutting naar achteren en naar voren door te trekken op eigen grond, met inachtneming van de maximale hoogtematen, zoals hiervoor bij de beoordeling van het geschil bepaald.

Jan en Gerrie wordt met onmiddellijke ingang verboden om Simon en/of Jannie nog verder lastig te vallen in woord en/of daad, welke verplichting voor wat betreft Jan en Gerrie als hoofdelijk wordt aangemerkt. Bij overtreding verbeurt Jan en Gerrie van rechtswege een onmiddellijk opeisbare boete van € 100,– per overtreding, met een maximum van € 10.000,–.

Het mogelijk meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Dit bindend advies is gegeven door mr. F.M.Visser als bindend adviseur en mondeling

uitgespro­ken te Ugchelen op 11 september 2018.

Deze schriftelijke uitwerking van het bindend advies is ondertekend door mr. Frank Visser als bindend adviseur en mw. C. van Gijzel als secretaris op 20 september 2018.

 

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *