Illegaal Vuurwerk

Share Button

Illegaal vuurwerk.

 

(Eerder verschenen als column in Plus Magazine, januari 2018)

 

Ook dit jaar zal het weer flink knallen rond de jaarwisseling. En tijdens de weken, die daaraan vooraf gaan. Al dat vuurwerk zal het nodige letsel en veel schade veroorzaken. Niet voor niets klinkt vanuit de bevolking steeds vaker de roep om dat vuurwerk gewoon te verbieden! Dat is tot op heden niet gelukt. Sommige burgemeesters krijgen met veel moeite een plaatselijk verbod voor elkaar. Alle beetjes helpen. Maar het blijft dweilen met de kraan open.

 

De vraag is alleen, of zo’n algeheel verbod wel zou helpen? Ik bedoel, stoppen mensen echt met het afsteken van vuurwerk, als dat illegaal wordt verklaard? Ik denk van niet. Tenzij de (illegale) vuurwerkhandel flink wordt aangepakt. Zonder die handel immers geen gebruik En die handel bestaat alleen, omdat daarmee de nodige winst valt te behalen. Dat zal alleen maar toenemen, als de hele vuurwerkhandel illegaal wordt verklaard en vervolgens ondergronds gaat. Met alle gevaren van dien, want de illegale vuurwerkhandelaar doet natuurlijk niet aan veiligheid. Die slaat zijn handel op in garageboxen en op zolderkamers. Wil je dat tegengaan, dan moeten er zware straffen volgen.

 

Aan de politie en het openbaar ministerie zal het niet liggen. Die doen nu al hun stinkende best, om deze handelaren op te sporen en voor de rechter te brengen. Het probleem zit hem bij de strafrechter, die meestal niets voelt voor een harde afstraffing. En dat is wel nodig, wil je mensen afschrikken die uit louter winstbejag hun medemens in gevaar brengen. Die lieden liggen niet wakker van een taakstraf….

 

Een voorbeeld van een veel te milde bestraffing, trof ik aan bij de rechtbank Overijssel.[1] Daar kreeg men een jonge man voor het hekje, die meer dan 200 kilogram (!) zwaar vuurwerk, waaronder lawinepijpen en illegaal knalvuurwerk, in de woning van zijn ouders had opgeslagen. Voor de handel, dat spreekt. Een deel daarvan was bezorgd door een nietsvermoedende postbode! Ook werden er op de plaats delict nog een illegaal vuurwapen en een flinke hoeveelheid munitie aangetroffen.

 

De officier van justitie wist wel raad met deze figuur. ‘Acht maanden zitten’, was de eis. Dat maakte indruk! En het moet gezegd, ook de rechtbank oordeelde op het eerste gezicht weinig mals over deze ernstige zaak. In het vonnis werd in elk geval in ronkende volzinnen gesproken over het ‘in levensgevaar’ brengen van de ouders, voorbijgangers en postbodes. Het vuurwapenbezit rekende de rechtbank de verdachte eveneens ‘zwaar’ aan.

 

Maar vervolgens ging met mis. De rechtbank hield namelijk rekening met de straffen ‘die in soortgelijke zaken worden opgelegd.’ En dat was kennelijk niet veel, want verdachte ging met slechts een taakstraf naar huis en een voorwaardelijke gevangenisstraf. Kortom: een taakstraf voor een zeer zwaar delict, uit winstbejag gepleegd. Daar is door de verdachte ’s avonds vast wel een biertje op gedronken…..

 

Met zo’n wereldvreemde aanpak gaan we de strijd tegen de illegale handel in vuurwerk niet winnen, vrees ik. Maar wat dan? Als de wetgever minimum straffen wil invoeren, schreeuwen rechters en zelfbenoemde strafrechtwetenschappers moord en brand. Ik voor mij, zou daar echter wel een voorstander van zijn. Dat is in elk geval beter dan die ‘lijstjes’ met ‘gebruikelijke straffen’[2] die rechters, buiten elke democratische controle om, zelf hebben opgesteld.

 

Want nergens in onze Grondwet staat geschreven, dat rechters de strafmaat mogen bepalen. Dat is in goed vertrouwen (of was het luiheid) door de wetgever aan ze overgelaten.

 

Maar als dat niet werkt, mag en moet de wetgever ingrijpen.

 

 

 

 

 

 

[1] ECLI:NL:RBOVE:2017:3185

[2] Die circuleerden vroeger werkelijk op de rechtbanken. Tegenwoordig hanteren ze landelijke ‘uitgangspunten’. Overeenkomst is, dat de wetgever daar niets over te zeggen heeft.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *