Volledige uitspraak Oosterhout

Share Button

Datum mondelinge uitspraak: 5 september 2017

Plaats uitspraak: Oosterhout (NB)

(onder voorbehoud van mogelijke vergissingen en verschrijvingen)

Bindend Advies.

In het geschil tussen:

Wilhelmus Josephus Beumer

te: Oosterhout

verder te noemen: Beumer,

 

tegen:

 

Regina Jan Broes,

bijgestaan door Dick Exalto

te: Oosterhout

verder te noemen Broes,

gegeven door mr. F.M.Visser.

(Schriftelijke uitwerking ex artikel 14 lid 4 Reglement)

 

De procedure.

Partijen zijn schriftelijk overeengekomen dit geschil door middel van een bindend advies op basis van het ‘Reglement Bindend Advies Mr. Frank Visser doet uitspraak’ editie november 2015 te doen beslechten.

De vordering van Beumer is opgenomen in de bindend advies overeen­komst. Daarin is ook een tegenvordering van Broes opgenomen.

Mr. Frank Visser heeft kennis genomen van alle door par­tij­en overgelegde stukken.

Het geschil is behandeld op de hoorzitting van 5 september 2017, welke is gehouden te Oosterhout (NB).

Partijen zijn behoorlijk opgeroepen voor de hoorzitting.

Voorafgaande daaraan heeft mr. Frank Visser zich begeven naar de in deze procedure bedoelde woningen met balkons en heeft hij deze in het bijzijn van partijen bezichtigd. Bij die gelegenheid heeft hij tevens enige monsters van de inhoud van stofzuigerzakken genomen en daaruit enige haren verzameld. Ook heeft hij monsters van de haren van partijen genomen. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld op- en aanmerkingen te maken.

Partijen zijn op de hoorzitting verschenen en hebben hun standpunten toegelicht.

Als informanten zijn gehoord de dames De Kort, De Ridder, Faber en Roelands, allen woonachtig in hetzelfde flatcomplex als partijen.

Hierna is mondeling uitspraak gedaan.

 

De vordering van Beumer.

Beumer, vordert kort gezegd, dat het Broes wordt verboden om bloemblaadjes en ander afval naar beneden te gooien, zowel aan de voor- als aan de achterzijde van de flat.

De tegenvordering vordering van Broes.

Broes vordert, kort gezegd, dat het Beumer wordt verboden haar verder lastig te vallen, te bedreigen en/of te intimideren.

 

Beoordeling van het geschil.

Vaststaande feiten.

In deze zaak mag worden uitgegaan van de volgende, vaststaande feiten.

  1. Broes woont sinds 1984 in de flatwoning op de derde verdieping, staande en gelegen te Oosterhout aan de Boerhaavelaan 111. Zij huurt deze woning van (thans) Woningstichting ThuisVester. Zij woont daarin samen met Exalto.
  2. Beumer woont sinds 2015 in de daaronder op de eerste verdieping gelegen flatwoning, aan de Boerhaavelaan 87. Hij is eigenaar van het betreffende appartementsrecht. Hij woont daarin samen met zijn zoon en twee raskatten.
  3. Broes heeft aan de balustrade van haar balkon een aantal bloempotten bevestigd, met daarin bloeiende planten (vlijtig liesje/impatiens). Beumer heeft onderaan de buitenzijde van zijn balkonbalustrade eveneens plantenbakken bevestigd.
  4. Nadat Beumer een nieuw deurslot had aangebracht bij Broes, bleek laatstgenoemde ontevreden over het resultaat. Dat heeft zij gedeeld met een derde, maar niet met Beumer. Nadat dit aan Beumer ter ore was gekomen heeft hij Broes daarover op niet mis te verstane wijze aangesproken. Sindsdien zijn de verhoudingen tussen partijen ernstig verstoord.
  5. Vervolgens is Beumer gaan klagen over bloemblaadjes en ander afval, die door Broes zowel aan de voor- als aan de achterzijde van de flat naar beneden zouden worden gegooid. Broes heeft dat betwist. Uiteindelijk heeft Beumer uit boosheid een bloempot aan de voorzijde van de flatwoning van Broes omgekeerd en de inhoud op de grond gegooid.
  6. Tenslotte is Buurtbemiddeling ingeschakeld, wat niet heeft geholpen.

Standpunten van partijen.

De vordering van Beumer is hierop gegrond, dat Broes opzettelijk en met enige regelmaat bloemblaadjes en ander afval naar beneden gooit. De bloemblaadjes van het vlijtig liesje zijn giftig voor katten, dus leveren gevaar op voor zijn raskatten, als deze op zijn balkon terecht komen. Aan de voorzijde zou Broes zelfs de inhoud van stofzuigerzakken naar beneden gooien, wat dan op het afdak boven de ingang van het flatcomplex blijft liggen en het aanzien van de woonomgeving schaadt.

Broes heeft een en ander met klem ontkend en houdt vol, dat ze nooit en te nimmer iets bewust naar beneden gooit. Uitgebloeide bloemblaadjes worden door haar in de vuilnisbak gedeponeerd. Hooguit kunnen er wat blaadjes door de wind worden meegenomen.

Op haar beurt beticht Broes haar buurman Beumer van intimidatie en bedreiging. Hij zou haar zelfs lijfelijk hebben aangevallen. Het incident met de bloempot spreekt volgens haar wat dat betreft boekdelen. Zij is nu bang van Beumer en wil dat hij haar met rust laat.

Beumer heeft deze beschuldigingen grotendeels ontkend. Hij geeft alleen toe zich in boosheid te hebben vergrepen aan de bloempot van Broes, wat hij nu als fout erkent. Verder heeft Broes volgens hem alles bij elkaar verzonnen.

Beoordeling van de vordering van Beumer.

Omdat Broes is blijven betwisten, dat zij zich heeft schuldig gemaakt aan het naar beneden gooien van bloemblaadjes en ander afval, was het in beginsel aan Beumer om zijn beschuldigingen op zijn minst aannemelijk te maken.

Drie van de vier informanten hebben verklaard met eigen ogen te hebben gezien, dat Broes handenvol bloemblaadjes naar beneden gooide. Deze verklaringen komen mij niet leugenachtig voor en ondersteunen de lezing van Beumer. De vierde informant heeft verklaard, dat Broes in het verleden geregeld haar kleden bij spreekster voor de deur uitklopte, waardoor de galerij daar werd bevuild. Dat ondersteunt de stelling van Beumer, dat Broes haar vuil op daartoe niet bestemde plaatsen deponeert.

Ik heb nog geprobeerd voor Broes ontlastend bewijs te vinden in een prop vuil, kennelijk afkomstig vanuit een stofzuigerzak, aangetroffen op het dak van de toegangsgalerij van de flat. Volgens Beumer maakt Broes er immers een gewoonte van om de inhoud van haar stofzuigerzak naar beneden te gooien. Ik heb een hoeveelheid mensenhaar, in die prop vuil aanwezig, vergeleken met het mensenhaar, dat ik bij mijn locatiebezoek heb aangetroffen in een stofzuigerzak van Broes. Daaruit kwam niet naar voren, dat het om ander haar ging. Integendeel, onder een vergrootglas leek dat haar identiek. Verder was opvallend, dat zowel in de eerstgenoemde prop vuil, als in de stofzuigerzak van Broes, eenzelfde soort witte draadjes werd aangetroffen. Hoe dan ook, ook al zou niet bewezen zijn dat die prop vuil bij Broes vandaan kwam, het tegendeel is in elk geval niet aannemelijk geworden.

Alles bij elkaar genomen en in onderling verband beschouwd kom ik tot het oordeel, dat Beumer is geslaagd in de op hem drukkende verplichting zijn lezing van de feiten voldoende aannemelijk te maken.

Omdat het uiteraard niet is toegestaan buren hinder toe te brengen, door het bewust naar beneden gooien van bloemblaadjes en ander afval, is een en ander als onrechtmatig aan te merken en moet Broes worden verplicht daarmee op te houden. Dit temeer, omdat het bloemblad van het vlijtig liesje (impatiens), zoals algemeen bekend is, giftig is voor katten.

Beoordeling van de tegenvordering van Broes.

Broes heeft niet aannemelijk gemaakt, dat zij door Beumer is bedreigd en geïntimideerd. Daarvoor is geen enkel bewijs gevonden. Wel heeft Beumer erkend zich éénmaal te hebben vergrepen aan een bloempot van Broes, wat natuurlijk niet mocht.

Nu partijen in elk geval een enorme hekel aan elkaar hebben gekregen lijkt het me toch een verstandig idee, dat zij elkaar voortaan uit de weg gaan. Beumer woont op de eerste etage en Broes op de derde. Zij hebben niets bij elkaar te zoeken. Contact, van welke aard ook, kan alleen maar negatief uitpakken.

Op grond van het voorgaande ben ik van oordeel, dat als volgt moet worden beslist.

 

B E S L I S S I N G

Broes wordt met onmiddellijke ingang verboden afval, van elke aard of soort dan ook, vanaf de voor- en/of achterzijde van haar woning omlaag te (laten) gooien of opzettelijk te (laten) vallen.

Partijen wordt met onmiddellijke ingang verboden om in woord, geschrift, gebaar of op welke andere wijze dan ook, contact met elkaar te zoeken en/of te maken.

Bij overtreding van een of meer van de hiervoor gegeven verboden, verbeurt de overtreder van rechtswege (geen aanmaning nodig) een boete van € 50,– per overtreding aan de tegenpartij, met een maximum van € 5.000,–.

 Het over en weer mogelijk meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

 Dit bindend advies is gegeven door mr. F.M.Visser als bindend adviseur en mondeling uitgesproken te Oosterhout (NB) op 5 september 2017.

Deze schriftelijke uitwerking van het bindend advies is ondertekend door mr. Frank Visser als bindend adviseur en mr. S. Terstegge als secretaris op 7 september 2017.

 

Mr. S. Terstegge                                                                              Mr. F.M. Visser

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *