Volledige uitspraak Dordrecht

Share Button

        Mr. Frank Visser doet uitspraak

 

Datum mondelinge uitspraak: 21 juni 2017

Plaats uitspraak: Dordrecht

 

(onder voorbehoud van mogelijke vergissingen en verschrijvingen)

 

 

Bindend Advies.

 

 

In het geschil tussen:

 

Jolanda en Bertus Verbeek

te: Dordrecht

verder te noemen: Familie Verbeek,

 

tegen:

 

Henk Borsje

te: Dordrecht

verder te noemen Borsje,

 

gegeven door mr. F.M.Visser.

 

 

(Schriftelijke uitwerking ex artikel 14 lid 4 Reglement)

 

 

De procedure.

 

Partijen zijn schriftelijk overeengekomen dit geschil door middel van een bindend advies op basis van het ‘Reglement Bindend Advies Mr. Frank Visser doet uitspraak’ editie november 2015 te doen beslechten.

 

De vordering van Familie Verbeek is opgenomen in de bindend advies overeen­komst. Daarin is ook een tegenvordering van Borsje opgenomen.

 

Mr. Frank Visser heeft kennis genomen van alle door par­tij­en overgelegde stukken.

 

Het geschil is behandeld op de hoorzitting van 21 juni 2017, welke is gehouden te Dordrecht.

 

Partijen zijn behoorlijk opgeroepen voor de hoorzitting.

 

Voorafgaande daaraan heeft mr. Frank Visser zich begeven naar de in deze procedure bedoelde percelen en heeft hij deze in het bijzijn van partijen bezich­tigd. Daarbij waren tevens aanwezig Maarten Nankman en Ruud Hoornman als deskundigen. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld op- en aanmerkingen te maken.

 

Partijen zijn op de hoorzitting verschenen en hebben hun standpunten toege­licht.

 

De deskundigen hebben mondeling verslag uitgebracht.

 

Hierna is mondeling uitspraak gedaan.

 

 

De vordering van Familie Verbeek.

 

Familie Verbeek vordert, kort gezegd, dat Borsje wordt verplicht zijn voor- en achtertuin op professionele wijze te snoeien en op te ruimen. Verder, dat hij de bomen op zijn perceel, die te dicht op de erfgrens staan, verwijdert.

 

 

De tegenvordering vordering van Borsje.

 

Borsje vordert, kort gezegd, dat er op het in deze procedure bedoelde (woon)erf niet (meer) verkeerd geparkeerd wordt, dat de veiligheid op dat erf wordt beoordeeld en tenslotte, dat zijn voor- en achtertuin blijven zoals deze nu zijn.

 

 

Het conflict (artikel 14 lid 2 van het reglement ).

 

Het conflict dat partijen verdeeld houdt laat zich kort samengevat als volgt omschrijven.

 

Partijen verschillen van mening over de vraag, of de staat van de voor- en achtertuin van Borsje dusdanig veel hinder oplevert, dat Borsje daartegen de nodige maatregelen moet nemen.

 

Verder wil Borsje de verkeersveiligheid op het in deze procedure bedoelde erf aan de orde stellen en het verkeerd parkeren op dat erf tegengaan.

 

 

 

Beoordeling van het geschil.

 

Vaststaande feiten.

 

In deze zaak mag van de volgende feiten worden uitgegaan, omdat deze voldoende zijn komen vast te staan.

 

  1. Familie Verbeek is sinds 1992 eigenaar van het woonhuis met ondergrond en verdere aanhorigheden staande en gelegen te Dordrecht aan het Bakema erf nummer 62, kadastraal bekend als gemeente Dordrecht sectie R nummer 4526.
  2. Borsje is sinds 1990 eigenaar van het woonhuis met ondergrond en verdere aanhorigheden, staande en gelegen te Dordrecht aan het Bakema erf nummer 63, kadastraal bekend als gemeente Dordrecht sectie R nummer 4527.
  3. Partijen zijn elkaars buren. Hun voor- als hun achtertuin grenzen aan elkaar. Zowel de voor- als de achtertuin van Borsje zijn vrijwel volledig dichtgegroeid met bomen en struiken.
  4. In de voortuin van Borsje staan vlak op, maar in elk geval binnen 2 meter van, de erfgrens sinds ongeveer 1990 twee enorme coniferen, die tot boven de dakrand en over de erfgrens zijn uitgegroeid. Deze inmiddels erg lelijke coniferen ontnemen vrijwel alle zonlicht aan de voortuin van Familie Verbeek tot ongeveer 13.00 uur en de gehele dag door alle licht aan de keuken van Familie Verbeek. Verder ontsieren zij het aanzicht aan de voorzijde in hoge mate.
  5. In de achtertuin van Borsje staan onder meer een aantal kersenbomen (morellen), een appelboom, een spar (kerstboom) en een vogelkers (zaailing). De spar en de vogelkerst staan binnen 2 meter van de erfgrens. Al deze bomen ontnemen alle zonlicht aan de achtertuin van Familie Verbeek tot ongeveer 13.00 uur.
  6. De voortuinen van partijen grenzen aan het Bakema erf. Het Bakema erf is een voor het openbaar verkeer openstaande weg, zoals bedoeld in artikel 1 lid 1 onder b van de Wegenverkeerswet 1994, die door plaatsing van bord G5, zoals bedoeld in bijlage 1 bij het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, is aangewezen als ‘erf’ . In de praktijk wordt echter veelvuldig geparkeerd buiten de als zodanig aangewezen parkeerplaatsen.
  7. Borsje maakt er een gewoonte van om onmiddellijk te protesteren als buiten een als zodanig aangewezen parkeerplaats wordt geparkeerd. Als dat niet helpt, belt hij de politie. Toen die een keer niet (meer) wilde komen, veroorzaakte hij dusdanige geluidsoverlast dat de politie alsnog moest komen.
  8. Ook overigens vertoont Borsje soms nogal bizar gedrag. zo heeft hij een tijdje zijn urine opgespaard, om die vervolgens te doen afvloeien in een putje op het woonerf.

 

 

Toepasselijke wetsbepalingen.

 

Volgens het bepaalde in artikel 5.37 van het Burgerlijk Wetboek is het verboden dusdanige burenhinder te veroorzaken, dat dit onrechtmatig is in de zin van artikel 6.162 van het Burgerlijk Wetboek.

 

Volgens het bepaalde in artikel 5.42 het Burgerlijk Wetboek is het verboden om binnen een bepaalde minimum afstand van de erfgrens met de buren bomen, heesters en heggen te hebben. Voor bomen is die afstand in Dordrecht 2 meter.

 

Volgens artikel 5.44 van het Burgerlijk Wetboek mogen overhangende takken door de buren worden weggesnoeid, als de eigenaar, ondanks aanmaning, nalaat dat zelf te doen.

 

Volgens het bepaalde in artikel 46 RVV 1990 mogen motorvoertuigen op een ‘erf’ alleen in de daartoe aangewezen parkeerplaatsen worden geparkeerd.

 

Voor wat betreft zowel de voor- en achtertuin van Borsje.

 

Voorop gesteld moet worden, dat het Borsje in beginsel vrijstaat om zijn tuin in te richten zoals hem dat goeddunkt. Dat hij een wilde bomentuin wil, mag ongebruikelijk heten, maar dat doet niet af aan het vorenstaande.

 

Aan Familie Verbeek moet wel worden toegegeven, dat de voor- en achtertuin voor het overige een zeer onverzorgde indruk maken. Dat betekent echter niet, dat dit op zichzelf voldoende grondslag biedt voor rechterlijk ingrijpen. Zoals door de deskundige gemeld, zit er wel degelijk een plan achter deze wilde tuin. Er is geen sprake van een ongecontroleerde wildgroei. Borsje wil nu eenmaal graag een schaduwtuin, wat op zichzelf geen onredelijke wens is. Onderhoud is wel wenselijk, maar in de huidige situatie juridisch niet verplicht. Dit echter onverminderd wat hierna wordt overwogen.

 

Voor wat betreft de voortuin van Borsje.

 

Het voorgaande neemt niet weg, dat de twee coniferen in de voortuin van Borsje te dicht op de erfscheiding zijn geplant. Hoewel  het recht om op grond daarvan verwijdering te vorderen inmiddels is verjaard, neemt dit niet weg, dat deze coniferen inmiddels enorme overlast veroorzaken. Doordat zij al sinds lange tijd niet zijn onderhouden, zijn zij inmiddels tot boven het huis, over de erfgrens en over het woonerf heen uitgegroeid en ontnemen zij onaanvaardbaar veel licht aan Familie Verbeek. Vooral het feit, dat in hun keuken door die coniferen de hele dag door vrijwel geen licht meer kan toetreden, weegt zwaar.

 

Het mag waar zijn, dat deze coniferen volgens de deskundige gezond zijn, maar dat neemt niet weg, dat zij er –huiselijk gezegd- niet uitzien. Het belang bij het behoud van die op zichzelf niet beschermingswaardige bomen is gering. De door Borsje gewenste schaduw is elders op zijn perceel ruim voorhanden.

 

Ik heb overwogen, of een en ander niet kan worden verbeterd, door alsnog het nodige onderhoud te (laten) plegen. Maar dat is naar mijn oordeel alleen mogelijk door het (doen) uitvoeren van dusdanig ingrijpende snoeiwerkzaamheden, dat er nauwelijks nog een boom overblijft. De coniferen zijn gewoon te groot geworden voor deze kleine voortuin. Handhaving daarvan levert onrechtmatige hinder op ten opzichte van Familie Verbeek. Die coniferen moeten weg.

 

Wat betreft de achtertuin van Borsje.

 

De spar en de vogelkers (zaailing) staan eveneens binnen twee meter van de erfgrens geplant. Niet gebleken is dat het recht op verwijdering te vorderen is verjaard, zodat deze twee bomen, in overeenstemming met de eis van Familie Verbeek, alleen al op die grond moeten worden verwijderd.

 

Alle andere bomen kunnen blijven staan. Het enkele feit, dat deze dagelijks tot ongeveer 13.00 uur het zonlicht tegenhouden voor Familie Verbeek, is onvoldoende om anders te beslissen. Familie Verbeek heeft recht op een redelijke bezonning, niet op bezonning gedurende de hele dag.

 

Het voorgaande neemt niet weg, dat Borsje de over de erfgrens heen hangende takken van zijn blijvende bomen zal moeten wegsnoeien. Dat Familie Verbeek dit volgens de wet ook zelf mag doen, doet niet af aan die verplichting.

 

 

Het (woon)erf.

 

Anders dan door Borsje aangenomen voldoet het Bakema erf volgens de deskundige aan de aan een (woon)erf te stellen inrichtingseisen. Ik deel dat oordeel.

 

Aan Borsje moet wel worden toegegeven dat het parkeren op het Bakema erf, op grond van het bepaalde in artikel 46 RVV 1990, alleen op de daartoe aangewezen parkeerplaatsen is toegestaan. Parkeren langs de in deze procedure bedoelde, tegenover de woning van Borsje gelegen muur is dus inderdaad verboden. In- en uitladen mag daar overigens wel, want dat is geen parkeren in de zin van de wet (artikel 1ac RVV 1990).

 

Dit gelijk kan Borsje in deze procedure echter niet helpen, nu niet valt in te zien wat Familie Verbeek daarmee te maken  heeft. Gesteld noch gebleken is, dat zij daar zelf fout parkeert.

 

Daaraan wordt ten overvloede het volgende toegevoegd. Dat Borsje zich in deze kwestie heeft opgeworpen als dienaar van het algemeen belang, geeft hem nog niet het recht om omwonenden en bezoekers daarmee lastig te vallen. Dit zeker niet, als dit gepaard gaat met agressief of anderszins onbehoorlijk gedrag. Borsje moet daarmee ophouden.

 

Samenvatting.

 

Op grond van het voorgaande ben ik van oordeel, dat als volgt moet worden beslist.

 

B E S L I S S I N G

 

Voor wat betreft de vordering van Familie Verbeek.

 

Borsje wordt verplicht om vóór 1 augustus 2017 de in deze procedure bedoelde twee coniferen, de spar en de vogelkers (zaailing) te (doen) verwijderen en daarnaast voor die datum de in deze procedure bedoelde, overhangende takken weg (te) doen snoeien. Als Borsje daaraan niet tijdig voldoet, verbeurt hij van rechtswege (geen aanmaning nodig) aan Familie Verbeek een boete van € 100,– per dag dat hij daarmee in gebreke blijft, met een maximum van € 10.000,–.

 

Voor wat betreft de vordering en de tegenvordering.

 

Het over en weer meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

 

Dit bindend advies is gegeven door mr. F.M.Visser als bindend adviseur en mondeling uitgespro­ken te Dordrecht op 21 juni 2017.

 

 

Deze schriftelijke uitwerking van het bindend advies is ondertekend door mr. Frank Visser als bindend adviseur en mr. S. Terstegge als secretaris op  27 juni 2017.

 

w.g.                                                                                                   w.g.

 

Mr. S. Terstegge                                                                                Mr. F.M. Visser

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *