Volledige uitspraak X

Share Button

Datum mondelinge uitspraak: 21 april 2017

(Onder voorbehoud van mogelijke fouten en verschrijvingen )

Plaats uitspraak: X

Bindend Advies.

In het geschil tussen:

X

te: X

verder te noemen: X,

tegen:

Y

te: X

verder te noemen Y

gegeven door mr. F.M.Visser.

(schriftelijke uitwerking ex artikel 14 lid 4 Reglement)

De procedure.

Partijen zijn schriftelijk overeengekomen dit geschil door middel van een bindend advies op basis van het ‘Reglement Bindend Advies Mr. Frank Visser doet uitspraak’ editie november 2015 te doen beslechten.

De vordering van X is opgenomen in de bindend advies overeen­komst. Daarin is ook een tegenvordering van Y opgenomen.

Mr. Frank Visser heeft kennis genomen van alle door partijen overgelegde stukken.

Het geschil is behandeld op de hoorzitting van 21 april 2017, welke is gehouden te X.

Partijen zijn behoorlijk opgeroepen voor de hoorzitting.

Voorafgaande daaraan heeft mr. Frank Visser zich begeven naar het in deze procedure bedoelde kippenhok en heeft hij dit in het bijzijn van partijen bezich­tigd. Daarbij was tevens aanwezig ing. Erik Roelofsen (Nederlandse Stichting Geluidshinder NSG) als deskundige, die de nodige geluidsmetingen heeft gedaan. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld op- en aanmerkingen te maken.

Partijen zijn op de hoorzitting verschenen en hebben hun standpunten toege­licht.

De deskundige heeft mondeling verslag uitgebracht.

Hierna is mondeling uitspraak gedaan.

De vordering van X.

X vordert, kort gezegd, dat de in deze procedure bedoelde haan verwijdert en verwijderd houdt.

De tegenvordering vordering van Y.

Y vordert, kort gezegd, een verklaring voor recht, dat de in deze procedure bedoelde haan mag blijven. Mocht hij in dat verband worden verplicht het kippenhok aan te passen, dan wil hij dat X daaraan mee betaalt.

Het conflict (artikel 14 lid 2 van het reglement ).

Het conflict dat partijen verdeeld houdt laat zich kort samengevat als volgt omschrijven.

Y houdt sinds een aantal jaren een paar kippen op zijn perceel. Nadat hij in 2015 ook een haan is gaan houden, klaagt X over volgens hen onaanvaardbare geluidsoverlast. Partijen verschillen van mening over de vraag of Y daar wat aan moet doen en zo ja, wat.

Beoordeling van het geschil.

Feiten

In deze zaak mag van de volgende feiten worden uitgegaan.

Partijen zijn elkaars buren. X woont al sinds 1978 aan de E straat  te X en Y woont sinds 2007 in de aangrenzende woning aan de E straat aldaar. Het betreft beiden uit ongeveer 1920 daterende eengezinswoningen, met kleine achtertuin/-plaats, midden in een dichtbebouwde stadswijk.

In 2011 is Y twee kippen gaan houden in zijn achtertuin. In 2015 heeft hij ter vervanging van een van die kippen een haan gaan houden. Kip en haan zijn gehuisvest in een door hemzelf gebouwd kippenhok.

De afstand van het kippenhok tot het slaapkamerraam van X is ongeveer 10 meter.

Sinds de haan aanwezig is, klaagt X over geluidsoverlast. Y heeft tot op heden niets ondernomen om aan deze klachten tegemoet te komen.

Verslag van de deskundige/n

De bevindingen van deskundige Roelofsen komen, kort samengevat en voor zover thans van belang, op het volgende neer:

Als de haan kraait, meet hij naast het kippenhok 95dB. Aan de gevel van X, buiten het slaapkamerraam, meet hij 73 dB. In de slaapkamer, met open raam, meet hij 53 dB en met gesloten raam 43 dB.

Met name gedurende de periode 23.00 uur tot 07.00 uur is deze geluidsbelasting te hoog. Aannemelijk is, dat de nachtrust van X daardoor wordt verstoord.

Deze situatie zou aanmerkelijk worden verbeterd, als de haan gedurende de nacht zou worden opgesloten in een licht- en geluidsdicht hok. Met de nodige geluidsisolatie zou de overlast sterk worden beperkt.

Toepasselijke regels

In artikel 5:37 van het Burgerlijk Wetboek is bepaald, voor zover hier van belang, dat de eigenaar van een erf niet in een mate of op een wijze die volgens artikel 162 van Boek 6 BW onrechtmatig is, aan eigenaars van andere erven hinder mag toebrengen door het verspreiden van rumoer.

In genoemd artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek wordt als onrechtmatig aangemerkt, een inbreuk op een recht en een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht of met wat volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt.

In artikel 4.1.5 lid 1 van de Algemene Plaatselijke Verordening X 2001 is (onder meer) bepaald, dat onder meer het verboden is handelingen te verrichten, waaronder ook het houden van luidruchtige dieren, op een zodanige wijze dat voor een omwonende of overigens voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt.

Inhoudelijke beoordeling

Volgens vaste rechtspraak hangt het antwoord op de vraag, of het toebrengen van hinder onrechtmatig is, af van de aard, de ernst en de duur van de hinder en de daardoor veroorzaakte schade, in verband met de verdere omstandigheden van het geval, waaronder de plaatselijke omstandigheden, de daarbij betrokken belangen en de mogelijkheid –mede gelet op de daaraan verbonden kosten- en de bereidheid om maatregelen te nemen die hinder en/of schade voorkomen of beperken.

Over de aard en de ernst van de hinder wordt het volgende overwogen. Een louter subjectieve beleving van overlast verschilt van persoon tot persoon en is daarom niet bruikbaar als maatstaf voor de onrechtmatigheid. Daarvoor moet zo veel mogelijk aan objectieve maatstaven getoetst worden. Uit de meetgegevens van deskundige Roelofsen blijkt, dat het gekraai van de haan van Y objectief gezien inderdaad dusdanige geluidsoverlast veroorzaakt, dat aannemelijk is dat de nachtrust van  X daardoor wordt verstoord.

Verder is van belang, dat deze door een kraaiende haan veroorzaakte geluidshinder plaatsvindt in een gewone woonwijk,  midden in de stad. Anders dan op het platteland, is het houden van hanen in de stad niet gebruikelijk. Daar komt nog bij, dat X daar al lang woonde, voordat Y bij wijze van hobby een haan is gaan houden.

Tenslotte moet worden vastgesteld, dat Y tot op heden niets heeft ondernomen om de door zijn haan veroorzaakte geluidshinder te verminderen, terwijl dat, zoals door de deskundige aangegeven, heel goed mogelijk was.

Ik heb onvoldoende vertrouwen, dat Y deze maatregelen alsnog in voldoende mate gaat treffen. Tijdens de hoorzitting heeft hij er in elk geval blijk van gegeven, nog altijd weinig of geen begrip te hebben voor de door zijn haan veroorzaakte overlast.

Daarom komt het mij het meest redelijk voor, dat Y de haan op korte termijn van zijn perceel verwijdert en verwijderd houdt, op straffe van een boete, een en ander zoals hierna nader te bepalen.

Daarmee is tevens het lot van de tegenvordering bepaald. Die moet worden afgewezen.

Op grond van het voorgaande ben ik van oordeel, dat als volgt moet worden beslist.

 

B E S L I S S I N G

Voor wat betreft de vordering van X.

Y wordt verplicht om de in deze procedure bedoelde haan binnen 3 x 24 uur van zijn perceel te verwijderen en verwijderd te houden. Deze termijn gaat lopen op 22 april te 0.00 uur en loopt dus af op 24 april om 24.00 uur.

Indien Y daaraan niet volledig en tijdig voldoet, verbeurt hij van rechtswege (geen aanmaning nodig) aan X een boete van € 250,– per dag, of gedeelte van een dag, dat hij daarmee in gebreke is en/of blijft.

Voor wat betreft de tegenvordering van Y.

De tegenvordering wordt afgewezen.

Dit bindend advies is gegeven door mr. F.M.Visser als bindend adviseur en mondeling uitgespro­ken te  X op 21 april 2017.

Deze schriftelijke uitwerking van het bindend advies is ondertekend door mr. Frank Visser als bindend adviseur en mr. S. Terstegge als secretaris op  25 april 2017.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *