Boete OM let op uw zaak!

Share Button

Toen ik in de zeventiger jaren van de vorige eeuw begon als plaatsvervangend officier van justitie, kwamen alle kleine verkeersovertredingen nog bij de kantonrechter. Dat wil zeggen, als de bekeuring niet betaald werd. Dat leverde overvolle strafzittingen op, waar bijna iedereen verstek liet gaan. Maar als je het er echt niet mee eens was, kon je je verhaal kwijt bij de kantonrechter. Dan wachtte je gewoon op de oproep!  Dat hele systeem kostte handen vol geld en belastte de rechtspraak aanzienlijk. Dit temeer, omdat steeds meer mensen op niks af in hoger beroep gingen en daarna zelfs in cassatie bij de Hoge Raad. Ook daar kwamen ze dan niet opdagen. Zo kon het jaren duren, voordat een partkeerboete onherroepelijk werd! Veel mensen ontsprongen daardoor ook nog eens ten onrechte de dans

 

Dat kon en moest beter. Daarom werd in 1990 de Wet administratieve handhaving verkeerssvoorschriften (WAHV) ingevoerd. In de wandeling spraken we over de Wet Mulder, vernoemd naar zijn geestelijke vader prof. mr. Mulder. In de kern kwam de nieuwe wet hierop neer, dat kleine verkeersovertredingen voortaan bestuursrechtelijk zouden worden afgedaan. We kregen een zogenaamd ‘piep’-systeem. Tenzij je op tijd in beroep ging, moest je gewoon betalen. Niks doen was dus geen optie meer. En als je te laat was met je beroep, had je pech Ook ik was aanvankelijk laaiend enthousiast over de nieuwe wet. Geen overvolle strafzittingen meer bij de kantonrechter. De meeste mensen betaalden voortaan, al dan niet gedwongen.

 

Al snel echter kwamen de eerste scheurtjes aan het licht. Mensen die  hun verhaal kwijt wilden bij de kantonrechter, werd het wel erg moeilijk gemaakt. Eerst imoesten ze in beroep bij de officier van justitie en daarna bij de kantonrechter. Daarbij golden heel strikte termijnen. Dan kregen de mensen op de zitting te horen: jammer dat u misschien gelijk had, maar u was een dag te laat met uw beroep! Betalen zult u, ook al bent u onschuldig! ‘Aftrappen’, heet dat in politiejargon. Veel mensen snapten dat niet. Of ze misten de administratieve vaardigheid om tijdig bezwaar te maken. Het kwam wel voor, dat ik huilende mensen met stapels bekeuringen onverrichterzake de deur moest wijzen. Dat kwam het vertrouwen in de rechter natuurlijk niet ten goede. Eigenlijk een grof schandaal, als ik eraan terugdenk.

 

Maar het werd nog erger. Het was de bedoeling van de wetgever dat de officier van justitie serieus naar de bezwaren van de mensen zou kijken, voordat de zaak bij de rechter kwam. Daar is weinig of niets van terecht gekomen. Nadat een kantonrechter de zaak had teruggestuurd naar de officier, die er een potje van had gemaakt, kreeg hij een tik op de vingers van de Hoge Raad. Als de kantonrechter vond dat de officier van justitie de zaak niet goed had uitgezocht , zo wist onze hoogste rechter, dan moest de kantonrechter het zelf maar doen. Nou, dat was bij het Openbaar Ministerie niet aan dovemansoren gericht. Naar mijn ervaring worden beroepen bij de officier van justitie tegenwoordig niet of nauwelijks nog serieus bekeken. Afwijzen is standaard. Nader onderzoek zeldzaam. Men gaat de zaak pas echt inhoudelijk bekijken, als een volhardende burger de zaak bij de kantonrechter aanbrengt. Kortom: de beroepsfase bij de officier van justitie is  een wassen neus geworden.

 

Ik heb onlangs zelf deze procedure doorlopen, als gemachtigde van  een parkeerovertreder, waarbij de verbaliserend ambtenaar een duidelijke vormfout had gemaakt. Hoewel de ambtenaar op straat had staan ruziemaken met de overtreder, had zij toch een sanctie op kenteken opgelegd. Dat mag gewoon niet. Dat werd aan de officier van justitie medegedeeld. De fout was zo evident, dat je zou verwachten dat de officier de zaak direct zou sluiten.Er zijn genoeg zaken waar het wel goed is gegaan! Neem je verlies!  Maar dat gebeurde niet. Uit de beslissing in beroep van de officier bleek, dat het beroepsschrift weer eens niet goed was gelezen. Dus moest ik voor betrokkene in beroep bij de kantonrechter. Ja u leest het goed! Voor een parkeerboete! Nu werd de officier wakker. Hij liet navraag doen bij de verbalisante. Haar aanvullend proces-verbaal was op zijn zachtst gezegd tegenstrijdig met het aanvankelijke relaas van bevindingen. Ik weet niet of dit aanvullend proces-verbaal wel  is gelezen, maar elke oplettende justitieambtenaar had gezien dat er iets niet klopte. Hoe dan ook, de officier vond het een goed idee om de zitting bij de kantonrechter te laten doorgaan. Daar liet ik twee getuigen horen, die verklaarden te hebben gezien dat de verbalisante met de overtreder had gesproken. Kortom: ten onrechte op kenteken bekeurd! Dat wisten we al meer dan een jaar. Maar de officier wilde gewoon niet luisteren. Het Openbaar Ministerie bleef ook nu tegen beter weten in volhouden, dat het wel in orde was!.  Een paar weken later besliste de kantonrechter, dat inderdaad de door mij aangevoerde vormfout was gemaakt. en dat de boete ongedaan moest worden gemaakt. Het openbaar ministerie moest de betaalde boete ad € 90 terugstorten, plus de proceskosten betalen ad € 487,-. Dit hele proces had inmiddels natuurlijk een veelvoud van dat laatste bedrag gekost. Maar wat maakt het uit. Aan een boom zo volgeladen….

 

Kennelijk vindt het openbaar ministerie  en de politiek dat allemaal helemaal niet erg. Bedrijfseconomisch is er ook niks aan de hand. Een enkeling neemt nog de moeite om in beroep te gaan bij de officier van justitie, waarna nog maar een fractie van hen de moed kan opbrengen om naar de rechter te stappen. Dat kost de burger  meer dan het oplevert. Behalve een enkeling, zoals ikzelf, die het er uit principe niet bij laat zitten, zijn alleen de beroepschicaneurs nog bereid deze oneerlijke procedure te volgen. Een normaal mens begint er niet meer aan.

 

Jaarlijks wordt een slordige 1 miljard euro aan boetes binnen geharkt. Dan laat het kritisch vermogen de politiek  wel eens in de steek..Als de begroting daar om vraagt -en dat is elk jaar-  worden de boetes dan ook flink verhoogd. Dat is kassa. En dan zit je niet te wachten op dwarskijkers, die je herinneren aan  waarden en normen zoals een eerlijke procesgang, vrije toegang tot de rechter en de rechtstaat.

 

Wat hieraan te doen?  Ik denk dat deze knevelarij snel over is, als voortaan iedereen die een bekeuring krijgt per definitie in beroep zou gaan bij de officier van justitie en daarna bij de kantonrechter. Dat kan het systeem niet aan. Dan slaat de kassa op tilt. Dat is taal die de politiek begrijpt.

 

Misschien dat er dan opeens wel weer serieus wordt geluisterd naar de mensen… 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *